Magnificat anima mea Dominum.                Mijn ziel prijst en looft de Heer.
Et exultavit spiritus meus in Deo salutari meo, En mijn hart juicht om God, mijn verlosser,
quia respexit humilitatem ancillae suae. want hij heeft oog gehad voor zijn nederige dienstmaagd.
Ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes generationes. Voortaan zullen alle geslachten mij gelukkig prijzen
Of a rose, a lovely rose, of a rose is all my song Ik zing alleen over een roos, een lieftallige roos

Hearken to me both old and young,
how this rose began to spring.
A fairer rose to mine liking
in all this world ne know I none.

Luister naar mij, of je nu jong bent of oud,
hoe deze roos begon te ontluiken.
Naar mijn beste weten bestaat er geen
schonere roos in heel deze wereld.

Five branches of that rose there been,
the which be both fair en sheen;
the rose is called Mary, heaven’s queen.
Out of her bosom a blossom sprang.
Die roos had vijf takken,
Deze waren mooi en glanzend;
de roos heet Mary, koningin des hemels.
Een bloem bloeide op uit haar borst.
The first branch was of great honour
that blest Marie should bear the flow’r.
There came an angel from heaven’s tower
to break the devil’s bond.
De eerste tak betekende grote eer
dat Maria, de gezegende, bloesem zou dragen.
Een engel daalde af uit de hoge hemel
om de band  des duivels te verbreken.

The second branch was great of might,
that sprang upon Christmas night;
the star shone over Bethlem bright,
that man should see it both day and night.

De tweede tak was groot en machtig,
deze ontlook in de Kerstnacht;
de ster scheen helder boven Bethlehem,
opdat de mens het dag en nacht zou zien.

The third branch did spring and spread.
Three kinges then the branch gan led
unto our Lady in her child-bed;
into Bethlem that branch sprang right.
De derde tak ontlook en ontvouwde zich
en leidde toen drie koningen
naar Onze Lieve Vrouwe in het kraambed;
die tak wees precies naar Bethlehem.

The fourth branch it sprang to hell,
The devil’s power for to fell:
that no soul therin-in should dwell.
The branch so blessed-fully sprang.

 De vierde tak liep uit in de richting van de hel
om de macht van de duivel omver te werpen:
opdat geen enkele ziel daarin zou verblijven.
Daarom ontlook deze tak, zo vol zegeningen.
The fifth branch it was so sweet,
it sprang to heav’n, both crop and root,
there-in to dwell and be our bote.
So blessedly it sprang.
De vijfde tak was zo lief dat hij
met wortel en vrucht uitliep tot in de hemel,
om daar te wonen en onze redding te zijn.
En zo ontlook hij op gezegende wijze.
Pray we to her with great honour,
she that bare the blessed flow’r,
to be our help and our succour,
and shield us from the fiendes bond.
Laat ons vol eerbied bidden tot haar
die de gezegende bloem ter wereld bracht,
om ons te helpen en te steunen
en ons te beschermen tegen de band des duivels.
Quia fecit mihi magna qui potens est,
et sanctum nomen eius.
Grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan en heilig is zijn naam.
Et misericordia eius a progenie in progenies timentibus eum. En barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht, voor degenen die Hem vereren.
Fecit potentiam in bracchio suo,
dispersit superbos mente cordis sui.
Hij toont Zijn macht en de kracht van Zijn arm en drijft de hoogmoedigen uiteen.
Deposuit potentes de sede et exaltavit humiles. Hij stoot heersers van hun troon en brengt eenvoudige mensen tot aanzien.
Esurientes implevit bonis en divites dimisit inanes. Hij overlaadt hongerigen met goede gaven en stuurt rijken met lege handen weg.
Suscepit Israel puerum suum. Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar.
Recordatus misericordiae suae Hij herinnert zich Zijn barmhartigheid
sicut locutus est ad patres nostros, zoals Hij dit aan onze voorvaderen heeft beloofd,
Abraham et semini eius in saecula. voor Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid. 

 Anneke de Haan